Moshommel
| Moshommel | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
| |||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Bombus muscorum (Linnaeus, 1758) | |||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | |||||||||||||||||
| Moshommel op | |||||||||||||||||
| |||||||||||||||||
De moshommel (Bombus muscorum) is een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae). De wetenschappelijke naam van de soort is gepubliceerd in 1758 door Linnaeus in Systema naturae.[1] De moshommel komt voor in grote delen van Europa, maar is zeldzaam.
Bij de moshommel is de koningin 17-19 mm lang, de werkster 10-16 mm en het mannetje 13-15 mm. De vleugelspanweidte is van de koningin 32-35 mm, die van de werkster 26-29 mm en van het mannetje 26-29 mm. Het borststuk heeft een geeloranje tot roodbruine beharing. De moshommel lijkt veel op de heidehommel (Bombus humilis) en de akkerhommel (Bombus pascuorum). De kragen en het schild (scutellum) hebben een iets lichter gekleurde beharing. Het achterlijf is geel en heeft vaak op de tweede of derde rugplaat een honingbruine band. De achterste rugplaat is zwart gekleurd en heeft kortere haren als bij de heidehommel. In vergelijking met de gelijkende soorten is de beharing van de moshommel in het algemeen en vooral op het borststuk langer, dichter behaard en met evenlange haren bezet. De kop is middenlang, de zuigsnuit van de koningin is 13-15 mm lang en die van het mannetje ongeveer 9 mm.[2]
De koninginnen verschijnen van begin/half mei tot half juni, de werksters van eind mei/begin juni tot eind september en de jonge koninginnen en mannetjes van begin/half augustus tot eind september.[2]
De moshommel bouwt bovengronds een nest in graspollen of onder het mos, maar ook in verlaten vogelnesten in bomen, nestkasten of tegen huizen. Een volk bestaat uit 50-120 hommels. Het stuifmeel wordt rondom de broedcellen in 'tasjes' opgeslagen. De koningin is te herkennen aan haar hoge zoemtoon, die vergelijkbaar is met die van de heidehommel.[2]
Tot de belangrijkste drachtplanten behoren dovenetel, andoorn, smeerwortel, distels, centaurie, heide, witte klaver, rode klaver, wikke, Ballota met o.a. stinkende ballote en hartgespan.[2]
- ↑ ITIS datadase
- ↑ a b c d Eberhard von Hagen, Ambros Aichhorn: Hummeln. bestimmen, ansiedeln, vermehren, schützen. Fauna-Verlag, Nottuln 2003, ISBN 3-935980-28-0
Content Disclaimer
Informasi ini disarikan dari Wikipedia dan disajikan kembali untuk tujuan edukasi. Konten tersedia di bawah lisensi CC BY-SA 3.0. Kami tidak bertanggung jawab atas ketidakakuratan data yang bersumber dari kontribusi publik tersebut.
- The information displayed on this website is sourced in part or in whole from Wikipedia and has been adapted for the purpose of restating it. We strive to provide accurate and relevant information, however:
- There is no guarantee of absolute accuracy. Wikipedia is an open, collaborative project that can be edited by anyone, so information is subject to change.
- It is not intended to constitute professional advice. The content displayed is for informational and educational purposes only. For important decisions (e.g., medical, legal, or financial), please consult a professional.
- Content copyright. Wikipedia is licensed under the Creative Commons Attribution-ShareAlike License (CC BY-SA). This means that content may be reused with appropriate attribution and shared under a similar license.
- Responsible use. Any risk arising from the use of information from this website is entirely the responsibility of the user.